De installatiebranche verdient al jaren beter. Het gemiddelde bedrijfsresultaat steeg naar ongeveer tien procent van de omzet over boekjaar 2025. Twaalf jaar op rij groei. Zo op het oog is er weinig aan de hand.
Dat beeld verandert zodra u naar de spreiding tussen bedrijven kijkt.
Veertien procentpunt verschil. Bij een omzet van vijf miljoen euro is dat zevenhonderdduizend euro per jaar. In dezelfde markt, met dezelfde leveranciers, dezelfde cao en dezelfde krappe arbeidsmarkt.
Het is geen marktprobleem
Dat is de kern. Als het verschil door de markt kwam, zou iedereen ongeveer hetzelfde scoren. Dat gebeurt niet. En het wordt nog scherper als u er twee andere cijfers naast legt.
Het productievolume van de installatiebranche groeit in 2026 met ruim twee procent. Tegelijk steeg het aantal faillissementen in de bouw fors: in maart 2026 gingen 53 bouwbedrijven failliet, tegen 33 in dezelfde maand een jaar eerder. Een groeiende markt waarin bedrijven omvallen, is geen conjunctuurverhaal. Dat is een uitvoeringsverhaal.
Wat de koplopers wél doen
Uit de praktijk komen vier verschillen naar voren die steeds terugkeren. Geen daarvan gaat over inkoop of over verkoop.
1. Zij weten per project waar het misging
Niet per bedrijf, niet per kwartaal, maar per project en per werksoort. Achterblijvers hebben een nacalculatie. Koplopers hebben een nacalculatie die besproken wordt, en waarvan de uitkomst de volgende calculatie verandert.
2. Zij laten werk niet starten dat niet klaar is
Dit lijkt vanzelfsprekend, maar het is in de praktijk de grootste bron van verlies. Een monteur die op locatie ontdekt dat de tekening niet klopt of dat het materiaal ontbreekt, kost die dag dubbel. Goed presterende bedrijven hanteren een vast vrijgavemoment voordat werk start.
3. Zij belasten meerwerk door
Niet omdat zij harder onderhandelen, maar omdat zij meerwerk op de dag zelf vastleggen, met foto, oorzaak en de naam van degene die erom vroeg. Wie dat pas maanden later probeert te reconstrueren, staat in elke discussie zwak.
4. Zij sturen op weinig getallen
Een overzicht met veertig indicatoren geeft in de praktijk geen sturing. Goed presterende bedrijven sturen wekelijks op een klein aantal cijfers dat iedereen begrijpt: de prognose einde werk, het openstaande meerwerk en het aantal werkpakketten dat te vroeg is vrijgegeven.
Waarom dit zo lang blijft liggen
Omdat de markt het toestond. Als het orderboek vol zit en de gemiddelde marge stijgt, wordt slecht georganiseerd werk gemaskeerd door volume. Techniek Nederland stelde in 2026 vast dat niet de vraag maar de beschikbare uitvoeringscapaciteit steeds vaker bepaalt of projecten doorgaan. Precies op dat moment gaat organisatie zwaarder wegen dan verkoop.
Extra rendement komt op dit moment dus niet uit extra omzet, maar uit een betere organisatie van het werk.
Waar u begint
Neem uw laatste tien afgeronde projecten. Leg calculatie naast nacalculatie, uitgesplitst per werksoort. Kijk niet naar het totaal, maar naar de drie grootste afwijkingen per project. Vraag de uitvoerder wat er gebeurde. Noteer in welke fase de oorzaak lag.
Na een paar dagen heeft u geen sectorgemiddelde, maar uw eigen cijfer. Dat is het enige cijfer waar u iets aan heeft.
BronnenBenchmark Installatiebranche van Bol Adviseurs, via Installatie.nl, “Stijgende winst in installatiebranche: succesfactoren van koplopers” (28-04-2026) · Techniek Nederland / Bouwkennis, Economische Vooruitzichten 2027 en verder (25-06-2026) · CBS faillissementsstatistiek via Aannemer (13-04-2026)


